Worden wie ik ben – mijn verhaal

Durf jezelf eerlijke vragen te stellen
mei 10, 2019

Worden wie ik ben – mijn verhaal

 

Ik was 14 jaar en ik kwam overstuur thuis.

We woonden in een piepklein dorpje vlak boven de stad Groningen. Ik had gewinkeld in de stad en ging met de bus terug naar huis. Ik kon de busrit amper volhouden, thuis brak ik voor mijn ouders en mijn broer. Ik had in de drukke winkelstraten en in de bus zoveel energieën opgepikt, ik kon gedachtes van anderen om mij heen letterlijk horen. Ik was er kapot van. Wist niet hoe ik dat nog langer moest verdragen. Ik kon en wilde dat niet meer. Mijn jonge zelf wist niet hoe om te gaan met al die volwassen gedachten, alle pijn die ik oppikte. Ik heb me een week opgesloten in huis, ging niet meer naar school. Meldde me sowieso heel vaak ziek in die periode: een volle klas was teveel voor me. Ik was zo gevoelig voor energie, ik had vaak hoofdpijn en viel regelmatig flauw. Ik voelde me alleen en geisoleerd, wist dat ik anders was. Ik wilde zó graag ‘normaal’ zijn.

Ik heb die week gesmeekt en gebeden (‘is er iemand die mij hoort?’ heb ik gehuild midden in de nacht) om me alsjeblieft te verlossen van deze ‘gave’. ‘Laat me alsjeblieft normaal zijn! Laat me meedoen met de rest!’ Na die week ontdekte ik het uitgaan, ik ontdekte hoe ik het kon onderdrukken. Ik leerde met wie ik me moest omringen om het niet meer te voelen. Ik sprak er met geen woord meer over, tegen niemand. Ik voelde me verlost. Het knagende gevoel van iets missen nam ik op de koop toe.

Vanaf dat moment heb ik ruim twintig jaar onderdrukt wat bij mij hoort. In de nachten bleef ik de roep voelen, ik bleef informatie ontvangen. Ik bleef kleuren en patronen zien maar wist het weg te stoppen op een manier dat het zelfs mijzelf niet meer opviel. Ik heb er mijn levensmissie van gemaakt het te onderdrukken. Ging studeren, deed mee, overschreeuwde mezelf. Ontdekte housefeesten, drank en drugs. Na een wilde periode werd ik moeder en stortte me ik me in het moederschap. Ik ging plantaardig eten en kwam beetje bij beetje meer tot rust. Het knagende gevoel bleef. Er was nog steeds een deel van mij wat niet mee mocht doen. Wat was ik daar bang voor...

De afgelopen jaren ben ik, mede dank zij de onvoorwaardelijke en onophoudende steun van mijn geliefde, weer dichter bij mezelf gekomen. Voel ik dat het eindelijk tijd is en weet ik dat mijn échte bestemming is dit te laten bloeien in mijzelf én te delen. Maar het ging niet zonder slag of stoot. Mijn kleine zelf heeft zich met hand en tand verzet. Alle mitsen en maren die ik kon verzinnen om het niet te doen heb ik uit de kast getrokken. Alle angsten van anders zijn, niet geaccepteerd worden, alleen komen te staan kwamen weer voorbij. Mijn lief heeft heel wat te verduren gehad, ik heb in wanhoop gekke sprongen gemaakt. Maar hij bleef, bleef mij zien, bleef mij vasthouden. Vertelde onophoudelijk wat hij in mij zag. Wilde álles horen, iedere ochtend nu al bijna drie jaar lang vraagt hij wat ik voor informatie kreeg in de nacht.

Ik weet nu dat het een kado is, geen vloek. Ik kan er eindelijk mee omgaan en ben niet langer bang voor de enorme kracht waarmee ik geboren ben. Ik heb ervaren dat Marianne Williamson gelijk heeft: het was het licht, niet het duister in mijzelf waar ik zo bang voor was. Mezelf tonen, écht tonen met alles wat ik ben heeft even geduurd, maar hee: ik ben er. Dank je wel Boele, de eerste gedachte die ik bij jou had was ‘jij bent het, jij zult me laten zien wie ik ben’. Zonder jou had ik dit niet gekund.

Comments are closed.